Difference between revisions of "Dagboek Stanley"

From AardRock Wiki
Jump to navigation Jump to search
(hallo stanley)
m (Reverted edits by Martien (Talk); changed back to last version by AbG)
 
(12 intermediate revisions by 3 users not shown)
Line 34: Line 34:
Het woord {{pattern|verlangen}} gebruik ik vaak ontleed aan een motto dat ik ooit eens heb gevonden van Antoine Saint d'Exupery: Als je een schip wilt bouwen, hark dan niet een club mensen bij elkaar en verdeel dan niet de taken en vertel niet iedereen wat hij moet gaan doen: hout zoeken, timmeren oid. Nee, leer hen om te {{pattern|verlangen}} naar de eindeloze zee. (Le Citadel (Fr); Wisdoms of the Sands (E)).
Het woord {{pattern|verlangen}} gebruik ik vaak ontleed aan een motto dat ik ooit eens heb gevonden van Antoine Saint d'Exupery: Als je een schip wilt bouwen, hark dan niet een club mensen bij elkaar en verdeel dan niet de taken en vertel niet iedereen wat hij moet gaan doen: hout zoeken, timmeren oid. Nee, leer hen om te {{pattern|verlangen}} naar de eindeloze zee. (Le Citadel (Fr); Wisdoms of the Sands (E)).


hallo stanley
==De levenslijn in dit aardse leven van Stanley==
 
'''0 tot 10 jaar'''
 
Eerste tien jaar in Manokwari (Nieuw Guinea) tot vierde klas Lagere School. Mooie beelden en prettige tijd.
Mindere ervaringen: bijna verdronken tijdens spelen in het water met mijn vriendinnetje Ginny Kessler terwijl onze ouders en andere kinderen op het strand waren. Ik was het zwemmen toen nog niet meester. Aangereden op een druk kruispunt door een scooter omdat ik ‘moest vluchten’ voor een paar rotjochies die het op mij gemunt hadden. Lichte hersenschudding en een paar weken rust daarna.
Haalde op mijn step in heel Manokwari de kerkbijdrage op en kwam op deze manier bij diverse (Chinezen, Nederlanders, Ambonezen) binnen. Leerde vroeg verschillen tussen culturen en wat respect is als innerlijke houding.
De welpentijd (scouting) was voor mij ontdekken wat je met je maten kunt ondernemen, leren knopen leggen, kompas lezen, op elkaar vertrouwen etc.
Koninginnedag vieren was ieder jaar opnieuw een feest. Al heel vroeg (05h00) voor zonsopgang 06h00 kwamen de stammen Arfakkers (bergbewoners rondom Manokwari) luid joelend en zingend naar de stad. Ze waren tegelijk mooi maar ook angstaanjagend opgemaakt en getooid. Gehuld in lendendoekjes, kleurrijk met kralenkettingen, pijl en boog, kapmessen (parangs), hoofdtooien van paradijsvogels en jaarvogels en natuurlijk de {{pattern|peniskokers}}. Iedere Arfakker met enige staat van verdienste heeft een [[peniskoker]]. De lengte ervan bepaald de rangorde, een korte staat aan het begin.
Het Chinees Nieuwjaar werd op een ander moment van het jaar uitbundig gevierd met Chinese draken en enorm vuurwerk.
De dagelijkse aanroep vanuit de moskee voor het gebed van de mensen die de Islam aanhingen.
Als iemand overleed maakte ik van dichtbij mee welke mystieke verschijnselen werden waargenomen van de overledene na zijn overlijden, de verhalen waren niet van de lucht. Omdat na overlijden de ter aarde bestelling snel moet plaatsvinden kon het voorkomen dat iemand ten onrechte al begraven werd en graven weer opengemaakt moesten worden. Er werd gezaagd, getimmerd, gekookt en geweend ter voorbereiding op de begrafenis. Na de begrafenis ontstond een spontaan en gezellig samenzijn, met een hapje warm eten en een drankje. Een soort begrafenisfeest.
 
'''10 tot 20 jaar'''
 
De overgang van deze multiculturele samenleving naar het Nederland van 1962 was groot maar ging voor mij als kind van tien jaar op een natuurlijke wijze. We gingen inwonen bij opa en oma Muller in een gehuchtje Kasen bij Maastricht. Het nieuwe schooljaar begon ik in augustus met nieuwe vriendjes uit het gehucht in de vijfde klas bij meester Lemmens in Bunde. Iedereen stond verbaasd te kijken dat mijn ontwikkeling niet bij mijn leeftijdsgenoten achter liep. Ja, ik sprak zelfs uitstekend Nederlands!
De wekelijkse zwemlessen in het sportfondsenbad in Maastricht waren een feest, ondanks het hoge chloorgehalte. Ik leerde overleven in het water en genieten.
De strenge winter leverde veel sneeuw en ijspret voor mij op. Sleeën na schooltijd in het heuvelachtige gebied met veel boomgaarden en weilanden, sneeuwbal gevechten en glijbaantjes trekken op het schoolplein voor de bel ging. Ik genoot met volle teugen en was bijna nooit binnen te houden.
Ik was de jongste leerling en de kleinste. Het toelatingsexamen voor de ambachtsschool heb ik met teveel nonchalance gemaakt en zakte ervoor. Het besluit van mijn vader en de hoofdmeester was helder: hij is te speels, laat hem nog maar een jaartje de zesde klas over doen, dat geeft een steviger basis voor de toekomst.
Daarna doorliep ik de ambachtsschool in drie jaar met glans. Zowel voor de theoretische als de praktische vakken haalde ik achten en negens alsook voor gedrag en vlijt. Ik kreeg voor het eerst in mijn leven van de ene kant {{pattern|last}} van deze scores, ik werd gepest of gemeden. En van de andere kant had dit ook weer voordelen, ik mocht de klasgenoten die ergens moeite mee hadden helpen, ik mocht moeilijker opdrachten doen, ja sommigen wilden vriendjes met me worden. Ik werd heen en weer geslingerd. En dat midden in mijn {{pattern|puberteit}}!
 
Alle seksuele vragen kon ik met mijn moeder bespreken, ze was heel vrij en open. Mijn vader had er moeite mee.
Gesprekken over diepgaande onderwerpen die me bezig hielden op maatschappelijk vlak had ik met ooms en tantes die regelmatig op visite kwamen en soms bleven slapen bij mijn ouders. Echte Indische gastvrijheid. Deze gesprekken hebben me naar mijn gevoel ook behoorlijk gevormd als mens.
 
Eenmaal ging ik naar fort Sint Pieter voor een optreden van the Outsiders op oudejaarsavond, ik was vijftien.
Het jaar erop ging ik op een zaterdagavond naar Maastricht naar ‘de Snor’. Daar hadden we afgesproken met een aantal ‘raddraaiers’ om gezamenlijk op te trekken naar ‘de Mestreecher Geis’ voor een happening om de politie op een vredige wijze uit te dagen zoals dat op meer plaatsen in Nederland plaatsvond. Waar ik niet op gerekend had was dat mijn vader met oom Rene (echte Maastrichtenaar) me kwam ophalen in de Snor. Ik kreeg klappen en huisarrest. Ik had de familienaam behoorlijk besmeurd volgens zijn opvattingen van dat moment en zou de rest van mijn leven voor galg en rad opgroeien. Oh, oh wat heb ik gedaan… komt dit nog wel goed?
 
Mijn ouders en leerkrachten adviseerden mij om de UTS (voorloper MTS) te doen. Dat betekende voor mij aanpoten in het laatste jaar van de ambachtsschool en het eerste jaar van de UTS. Ik leerde studeren en discipline opbrengen.
Tijdens mijn studie was ik een echte soulkikker en genoot van ieder optreden van the Ambs. We reisden ze als fans zaal na zaal achterna. We dansten het uit iedere vezel van ons lichaam, helemaal bezweet en buiten adem, we bepaalden met elkaar de sfeer in iedere danszaal, helemaal te gek! Ontmoette soms lieve en leuke meiden, maar verder dan tongzoenen gingen we niet.
 
In het laatste jaar van de UTS leerde ik Netty kennen via mijn zus Laura. Ze kenden elkaar van de huishoudschool. Netty deed daarna de kleuterhulp opleiding. We raakten smoorverliefd op elkaar en hadden snel trouwplannen. Helaas was mijn moeder het er niet helemaal mee eens, het ging haar iets te snel. Ik merkte verwijdering en toch zette ik mijn plannen door. Ook de ouders van Netty waren het er helemaal niet mee eens. De moeder kwam Netty zowaar bij ons thuis weghalen en letterlijk naar huis jagen. Ze liep via de achterzijde van het huis binnen, terwijl mijn vader in de garage achter het huis aan het sleutelen was en maakte een heleboel kabaal. Daarop bemoeide mijn vader zich er mee en dwong haar het pand te verlaten op straffe van een aanklacht huisvrede breuk en ongeoorloofde toegang. Nogal heftig…
 
Daarna mijn {{pattern|militaire dienstplicht}} bij, ja natuurlijk, de Marine. Ook hier kreeg ik te maken met een voorkeursbehandeling omdat de Navy een tekort had aan kader kreeg ik een kaderopleiding tot korporaal machinist zeemilicien. Ik leerde met groepen marcheren, commando’s uitdelen, toezicht houden als provoost van de wacht, leidinggeven in de machinekamer en meer van dit soort zaken. Allemaal als hush puppie, zo van de ouders weg en direct in de Real World, leidinggeven, toezicht houden, moraal hoog houden ook als je zelf stuk zit toch maar doordouwen etc.
 
Vlak voordat ik in dienst ging, augustus 1972, trouwden we voor de wet en in december voor de kerk. Na het wettelijk huwelijk gingen we ‘op kamers’ bij mijn ouders. Dit was tegen de principes van de ouders van Netty, maar we zetten door. Mijn ouders hadden daar geen enkel probleem mee, we waren immers getrouwd. Ik was door de week weg en we hadden een spetterend weekend huwelijk, leefden in een roze roes en gingen veel naar dancings. Maar ik merkte dat mijn moeder en Ginny gemene dingen uithaalden met de naïeve Netty. We besloten weg te gaan en trokken in een caravan op het terrein bij de ouders van Netty. De ouders waren kermisexploitanten in ruste.
 
'''20 tot 30 jaar'''
 
Al gauw was ik een voorbeeldige schoonzoon. Ik hielp mijn schoonvader met tuinieren en had naast mijn technische kennis van motoren en lassen ook verstand van planten en bloemen. Direct na mijn diensttijd liet Netty het spiraaltje verwijderen en raakte zwanger van Caine-Braham die op tweede kerstdag in 1974 werd geboren. We hadden regelmatig ruzie omdat we elkaar niet wilden en konden begrijpen. We waren beiden heetgebakerd.
 
In mei 1974 verhuisden we van de caravan naar een flatwoning. We hadden meer leefruimte en minder ruzies. Ik zat in de WW. De relatie met mijn ouders lag op een dieptepunt. We gingen er niet heen en ze kwamen ook niet naar ons.
Ik veroorzaakte een behoorlijk auto-ongeluk door geen voorrang te verlenen. Mijn ruiten waren beslagen aan de binnenzijde en ik zag de auto van rechts rijdend op een voorrangsweg niet aankomen. Ik was licht gewond door glassplinters aan mijn rechterslaap. Beide auto’s waren total loss, Netty in verwachting, ik reed onverzekerd en was werkloos… Hoe ga ik dit op de rit krijgen? Ik moest voorkomen bij de kantonrechter kreeg een bekeuring voor het onverzekerd rijden en geen voorrang verlenen. Met de eigenaar van de auto regelde ik een afbetaling.
 
Op een onnatuurlijke wijze zagen we mijn ouders terug na de geboorte van Caine-Braham in het ziekenhuis. Uiteraard waren ze blij verrast dat het een stamhouder was. De naam van Maaren was gered. Op oudejaarsavond is Caine gedoopt en hebben we daarna oud op nieuw bij mijn ouders gevierd.
 
In 1975 ging ik werken bij een constructiebedrijf en daarna al vrij snel bij een Amerikaans bedrijf in schuur en slijpmiddelen. De leider in me zorgde ervoor dat ik me overal tegenaan bemoeide. Ik begon een personeelsvereniging en werd voorzitter, nam deel in de oudervereniging van de school waar mijn zoon op zat. Begon aan een studie Arbeidskunde en avond HTS Bedrijfskunde. Ik had graag wat om handen om me te ontwikkelen en dan liefst ook meerdere zaken tegelijkertijd. Ik kon veel aan.
In 1977 werd mijn tweede zoon (Eelco) geboren op 27 december alweer een kerstkindje.
 
'''30 tot 40 jaar'''
 
Tijdens mijn avond HTS switchte ik van bedrijf naar bedrijf als arbeidsanalist/arbeidskundige/leidinggevende. Ik maakte {{pattern|carriëre}}.
10 jaar bij DICO in Uden waar de jongens opgroeiden. Ik had een goede en betrouwbare werkgever, kon me voldoende ontplooien als mens.
Zat veel in het zwembad vanwege het wedstrijdzwemmen en waterpolo van de boys. Later ook langs de voetbalvelden omdat Eelco geen onverdienstelijk voetballertje was.
Het was een leuke en gelukkige tijd. We hadden ook wel de nodige strijd onderling maar dat hoort in ieder huwelijk.
Na een vakantie in Griekenland waar we met zijn tweeën heerlijk hebben genoten bleek Netty zwanger te zijn. Hiervan schrokken we allebei zodanig dat we na heel goede en indringende gesprekken onderling en met goede vrienden hebben besloten tot een abortus.
 
'''40 tot 50 jaar'''
 
Voor mijn ontwikkeling was het noodzakelijk om een andere werkomgeving te gaan vinden dat was een innerlijk signaal. Zo kwam ik met nog meer verantwoordelijkheid in grotere organisaties met nationale en internationale verantwoordelijkheden. Ook mijn persoonlijke ontwikkeling ging verder. De belangrijkste gebeurtenis in deze periode was de echtscheiding in 1995.
Ik wilde rust in mijn denken en in mijn lijf en dat wilde ik bereiken door tai chi of yoga. Het is uiteindelijk yoga geworden en inmiddels na een 4 jarige yoga opleiding ook yoga docent.
De jongens zie en spreek ik helaas niet meer sinds de scheiding. dit is nog steeds een levensles voor mij. Hoe verhoud ik me tot dit, wat doe ik uiteindelijk met mijn bangheid, boosheid, bedroefdheid en blijheid nu het erop aankomt? Raak ik het contact kwijt met mijn eigen innerlijk kind of niet door alle schuld en schaamte op me te laden? Blijf ik oprecht geïnteresseerd in mijn zonen en kan ik ze alle {{pattern|LIEFDE}} [[= AANDACHT en RESPECT]] blijven schenken?
 
'''50 tot 60 jaar'''
 
Ben blijven werken en mezelf verder ontwikkelen. Mijn moeder overleed vlak voordat ik vijftig werd. Postacademische Leergang Menskunde gevolgd. Teruggegaan naar de plek waar mijn wiegje heeft gestaan (Manokwari). Allemaal ontwikkelingen die mij heel veel innerlijke strijd heeft opgeleverd. Wat wil ik met mijn ervaringen en kennis? Wil ik mensen echt ontmoeten? Kan ik voldoende empathie opbrengen in die ontmoetingen om zelf niet zoveel te willen? Kunnen en moeten mensen veranderen? Wie ben ik om dat te willen? Ga ik niet te snel in de {{pattern|helpersrol}}?
In 2005 uiteindelijk besloten een eigen onderneming te beginnen met al mijn beperkingen en talenten. Heb er veel zin in om mensen te laten schitteren en vonken!!! Ieder vanuit zijn eigenheid…
 
Bij voortduring bezig blijven met {{pattern|Innerlijk Beeldhouwen}}. Ik hoop nog lang in deze modus te mogen blijven om mijn omgeving te inspireren, onderzoekend te blijven in plaats van verklarend, niet te vlug helpen en invullen, open laten en ieder zijn eigen gelegenheid geven terwijl mijn aanwezigheid dienend en ondersteunend is zoals dit gewenst is. En daarnaast blijf ik mens met al mijn beperkingen, opvliegers en andere schaduwkanten, heb [[ERBARMEN]]!
==RUWHEID oftewel ROUGHNESS==
Vorige week ontving ik een schrijven van Dienst Justis (uitvoeringsdienst toetsing, integriteit en screening) een hel mond vol. Mijn oudste zoon Caine-Braham heeft aan de Dienst te kennen gegeven een geslachtsnaamwijziging te willen vanwege een ernstige mate van schade van lichamelijke en geestelijke gezondheid. Poeh, dat komt binnen! Hoe ruw gaan we met elkaar om dat dit gebeurt vraag ik me oprecht af. Dit brengt me ook weer tot de amuse en het boek. Welke ruwheid, echte zaken van het leven komen hierin terug? Vandaag (16 april 2007) is een landelijk telefoonnummer gelanceerd om alle huiselijk geweld te melden. Of willen we het alleen maar hebben over de mooie kanten van onze samenleving?
 
==Ridders-Raiders-Redders==
De krantekoppen van de laatste week luiden 'Aandeelhouders als roofridders van de 21ste eeuw', 'Kom in verzet tegen de roofridders', Roofridder, vuilnisman in krijtstreep'.
Blijkbaar spreekt het bijzonder soort ondernemerschap uit de Middeleeuwen nog steeds tot de verbeelding. Het gaat in deze artikelen over hedgefondsen die erop uit zijn om weerloze ondernemingen aan hun lans te rijgen. De Tweede Kamer is een beeld aan het vormen of we hiermee blij moeten zijn. De financiële kampioenen van vandaag strijden net als de ridders in naam van iemand anders, grote beleggers.
J. Huizinga (historicus) zegt in zijn boek 'Herfsttij der Middeleeuwen' dat er oorspronkelijk een ethisch ideaal aan de ridderidee ten grondslag lag. Door aan het levensideaal een edele plaats te geven door het in verband te brengen met vroomheid en deugd. Het was de bedoeling de wereld te verbeteren en er zelf ook beter van te worden. Dit is de praktijk niet gerealiseerd omdat in het ideaal een kiem lag van innerlijke rot. Het gaat ervan uit dat de ridder of ridderstand beter weet wat goed is voor iedereen.
Ook het ridderschap kent zijn verlokkingen. De ridders zijn ook maar alleen op pad en verliezen de hoge idealen uit het oog. Soms knaagt de honger of je staat aan de andere kant van de armoedschaal en je vraagt je af waar jouw kuise armoede toe dient als er zoveel luxe te vergaren valt. Zeker voor iemand die goed kan vechten en niet bang is voor gevaar. Dan wordt de ridder een roofridder als lagere begeerten van bezit en belangrijk-zijn het winnen van het ideaal.
Koning Arthur hield de gewapende vechtjassen in het gareel door de Ronde Tafel, waar niet alleen de sterken werden toegelaten maar tevens ook goed waren. Hij richtte de energie van de Tafel op he bereiken van het hoge doel, het vinden van de Graal. Die zou zich alleen openbaren aan degene die moed en rechtvaardigheid koppelden aan zelfbeheersing en wijsheid. Ridders hebben een kader nodig om hun energie op te richten. Hoogmoed moet beteugeld worden. Richting en kader moet komen van iets of iemand die geen ridder is. Kan de Tweede Kamer met gezag spreken om de energie te richten?
Welke parallellen zie je met ons ALOHA-project? Wij zijn de ridders van ALOHA. Wie of wat bewaakt dat wij geen plaag worden voor het land, ook al nemen we niets over?
Ik hoop oprecht dat we ootmoedige ridders blijven.

Latest revision as of 12:29, 8 November 2007

NRC Handelsblad pag. 43 zaterdag 6 januari GELUKKIG NIEUWJAAR!, maar volgens wie?

Er zijn:

*World Database of Happiness, Erasmus Universiteit R'dam

*World Map of Happiness, University of Leicester

*Happy Planet Index, New Economics Foundation

Bepaal je eigen peace of mind oftwel happiness volgens HPI in vijftien minuten en onderzoek wat je daaraan kunt verbeteren door je houding en bijdrage aan de samenleving te veranderen met eenvoudige en simpele dingen http://www.happyplanetindex.org/survey.htm

Vermijd het digitale collectivisme van internet (lees ook: WIKI)

Hoe voorkomen we dat al het mooie van onze inspanningen leidt tot een soort digitaal ROOD BOEKJE zoals MAO het ooit voor ogen had met het communisme??

Mooi is alle zinnige, zingevende, zinvolle dingen aanbieden, mooi is mensen met elkaar verbinden, maar uiteindelijk gaat het om de MENS centraal te blijven stellen. Laten we de grenzen opzoeken maar tyegelijkertijd met de nodige zelfspot ook alle nieuwe mogelijkheden relativeren en niet alleen sublimeren, dat houdt ons scherp.

Zie ook het artikel http://www.snap.com/search.php#digital%20maoism en ook http://popurls.com

Ezelbruggetjes voor je KTG! Gebruik efficiënt en effectief je korte termijn geheugen (KTG).

Zaterdag 13 januari gehoord op Radio 2 bij Sjors Fröhlich (Capuccino). Een heel mooi en geweldig initiatief om de bekende ezelbruggetjes te laten aanvullen met nog meer zinnige ezelbruggetjes. Dit kan bijdragen aan meer creativiteit en flexibiliteit. Kijk op de site en kijk wat je daaraan kunt hebben en natuurlijk ook bijdragen http://www.ezelsbrug.nl/

Wat bezielt jou?

Dinsdag 9 januari op pagina 14 Economie lees ik een heel inspirerend artikel over prof. Paul de Blot sj (Jezuïet en verbonden aan Nijenrode), Wil Derkse (zie ook zijn boek 'Een levensregel voor beginners' volgens Benedictijnse spiritualiteit) en Henk-Jan Hoefman van ZIN in Werk.

Verlangen

Het woord verlangen gebruik ik vaak ontleed aan een motto dat ik ooit eens heb gevonden van Antoine Saint d'Exupery: Als je een schip wilt bouwen, hark dan niet een club mensen bij elkaar en verdeel dan niet de taken en vertel niet iedereen wat hij moet gaan doen: hout zoeken, timmeren oid. Nee, leer hen om te verlangen naar de eindeloze zee. (Le Citadel (Fr); Wisdoms of the Sands (E)).

De levenslijn in dit aardse leven van Stanley

0 tot 10 jaar

Eerste tien jaar in Manokwari (Nieuw Guinea) tot vierde klas Lagere School. Mooie beelden en prettige tijd. Mindere ervaringen: bijna verdronken tijdens spelen in het water met mijn vriendinnetje Ginny Kessler terwijl onze ouders en andere kinderen op het strand waren. Ik was het zwemmen toen nog niet meester. Aangereden op een druk kruispunt door een scooter omdat ik ‘moest vluchten’ voor een paar rotjochies die het op mij gemunt hadden. Lichte hersenschudding en een paar weken rust daarna. Haalde op mijn step in heel Manokwari de kerkbijdrage op en kwam op deze manier bij diverse (Chinezen, Nederlanders, Ambonezen) binnen. Leerde vroeg verschillen tussen culturen en wat respect is als innerlijke houding. De welpentijd (scouting) was voor mij ontdekken wat je met je maten kunt ondernemen, leren knopen leggen, kompas lezen, op elkaar vertrouwen etc. Koninginnedag vieren was ieder jaar opnieuw een feest. Al heel vroeg (05h00) voor zonsopgang 06h00 kwamen de stammen Arfakkers (bergbewoners rondom Manokwari) luid joelend en zingend naar de stad. Ze waren tegelijk mooi maar ook angstaanjagend opgemaakt en getooid. Gehuld in lendendoekjes, kleurrijk met kralenkettingen, pijl en boog, kapmessen (parangs), hoofdtooien van paradijsvogels en jaarvogels en natuurlijk de peniskokers. Iedere Arfakker met enige staat van verdienste heeft een peniskoker. De lengte ervan bepaald de rangorde, een korte staat aan het begin. Het Chinees Nieuwjaar werd op een ander moment van het jaar uitbundig gevierd met Chinese draken en enorm vuurwerk. De dagelijkse aanroep vanuit de moskee voor het gebed van de mensen die de Islam aanhingen. Als iemand overleed maakte ik van dichtbij mee welke mystieke verschijnselen werden waargenomen van de overledene na zijn overlijden, de verhalen waren niet van de lucht. Omdat na overlijden de ter aarde bestelling snel moet plaatsvinden kon het voorkomen dat iemand ten onrechte al begraven werd en graven weer opengemaakt moesten worden. Er werd gezaagd, getimmerd, gekookt en geweend ter voorbereiding op de begrafenis. Na de begrafenis ontstond een spontaan en gezellig samenzijn, met een hapje warm eten en een drankje. Een soort begrafenisfeest.

10 tot 20 jaar

De overgang van deze multiculturele samenleving naar het Nederland van 1962 was groot maar ging voor mij als kind van tien jaar op een natuurlijke wijze. We gingen inwonen bij opa en oma Muller in een gehuchtje Kasen bij Maastricht. Het nieuwe schooljaar begon ik in augustus met nieuwe vriendjes uit het gehucht in de vijfde klas bij meester Lemmens in Bunde. Iedereen stond verbaasd te kijken dat mijn ontwikkeling niet bij mijn leeftijdsgenoten achter liep. Ja, ik sprak zelfs uitstekend Nederlands! De wekelijkse zwemlessen in het sportfondsenbad in Maastricht waren een feest, ondanks het hoge chloorgehalte. Ik leerde overleven in het water en genieten. De strenge winter leverde veel sneeuw en ijspret voor mij op. Sleeën na schooltijd in het heuvelachtige gebied met veel boomgaarden en weilanden, sneeuwbal gevechten en glijbaantjes trekken op het schoolplein voor de bel ging. Ik genoot met volle teugen en was bijna nooit binnen te houden. Ik was de jongste leerling en de kleinste. Het toelatingsexamen voor de ambachtsschool heb ik met teveel nonchalance gemaakt en zakte ervoor. Het besluit van mijn vader en de hoofdmeester was helder: hij is te speels, laat hem nog maar een jaartje de zesde klas over doen, dat geeft een steviger basis voor de toekomst. Daarna doorliep ik de ambachtsschool in drie jaar met glans. Zowel voor de theoretische als de praktische vakken haalde ik achten en negens alsook voor gedrag en vlijt. Ik kreeg voor het eerst in mijn leven van de ene kant last van deze scores, ik werd gepest of gemeden. En van de andere kant had dit ook weer voordelen, ik mocht de klasgenoten die ergens moeite mee hadden helpen, ik mocht moeilijker opdrachten doen, ja sommigen wilden vriendjes met me worden. Ik werd heen en weer geslingerd. En dat midden in mijn puberteit!

Alle seksuele vragen kon ik met mijn moeder bespreken, ze was heel vrij en open. Mijn vader had er moeite mee. Gesprekken over diepgaande onderwerpen die me bezig hielden op maatschappelijk vlak had ik met ooms en tantes die regelmatig op visite kwamen en soms bleven slapen bij mijn ouders. Echte Indische gastvrijheid. Deze gesprekken hebben me naar mijn gevoel ook behoorlijk gevormd als mens.

Eenmaal ging ik naar fort Sint Pieter voor een optreden van the Outsiders op oudejaarsavond, ik was vijftien. Het jaar erop ging ik op een zaterdagavond naar Maastricht naar ‘de Snor’. Daar hadden we afgesproken met een aantal ‘raddraaiers’ om gezamenlijk op te trekken naar ‘de Mestreecher Geis’ voor een happening om de politie op een vredige wijze uit te dagen zoals dat op meer plaatsen in Nederland plaatsvond. Waar ik niet op gerekend had was dat mijn vader met oom Rene (echte Maastrichtenaar) me kwam ophalen in de Snor. Ik kreeg klappen en huisarrest. Ik had de familienaam behoorlijk besmeurd volgens zijn opvattingen van dat moment en zou de rest van mijn leven voor galg en rad opgroeien. Oh, oh wat heb ik gedaan… komt dit nog wel goed?

Mijn ouders en leerkrachten adviseerden mij om de UTS (voorloper MTS) te doen. Dat betekende voor mij aanpoten in het laatste jaar van de ambachtsschool en het eerste jaar van de UTS. Ik leerde studeren en discipline opbrengen. Tijdens mijn studie was ik een echte soulkikker en genoot van ieder optreden van the Ambs. We reisden ze als fans zaal na zaal achterna. We dansten het uit iedere vezel van ons lichaam, helemaal bezweet en buiten adem, we bepaalden met elkaar de sfeer in iedere danszaal, helemaal te gek! Ontmoette soms lieve en leuke meiden, maar verder dan tongzoenen gingen we niet.

In het laatste jaar van de UTS leerde ik Netty kennen via mijn zus Laura. Ze kenden elkaar van de huishoudschool. Netty deed daarna de kleuterhulp opleiding. We raakten smoorverliefd op elkaar en hadden snel trouwplannen. Helaas was mijn moeder het er niet helemaal mee eens, het ging haar iets te snel. Ik merkte verwijdering en toch zette ik mijn plannen door. Ook de ouders van Netty waren het er helemaal niet mee eens. De moeder kwam Netty zowaar bij ons thuis weghalen en letterlijk naar huis jagen. Ze liep via de achterzijde van het huis binnen, terwijl mijn vader in de garage achter het huis aan het sleutelen was en maakte een heleboel kabaal. Daarop bemoeide mijn vader zich er mee en dwong haar het pand te verlaten op straffe van een aanklacht huisvrede breuk en ongeoorloofde toegang. Nogal heftig…

Daarna mijn militaire dienstplicht bij, ja natuurlijk, de Marine. Ook hier kreeg ik te maken met een voorkeursbehandeling omdat de Navy een tekort had aan kader kreeg ik een kaderopleiding tot korporaal machinist zeemilicien. Ik leerde met groepen marcheren, commando’s uitdelen, toezicht houden als provoost van de wacht, leidinggeven in de machinekamer en meer van dit soort zaken. Allemaal als hush puppie, zo van de ouders weg en direct in de Real World, leidinggeven, toezicht houden, moraal hoog houden ook als je zelf stuk zit toch maar doordouwen etc.

Vlak voordat ik in dienst ging, augustus 1972, trouwden we voor de wet en in december voor de kerk. Na het wettelijk huwelijk gingen we ‘op kamers’ bij mijn ouders. Dit was tegen de principes van de ouders van Netty, maar we zetten door. Mijn ouders hadden daar geen enkel probleem mee, we waren immers getrouwd. Ik was door de week weg en we hadden een spetterend weekend huwelijk, leefden in een roze roes en gingen veel naar dancings. Maar ik merkte dat mijn moeder en Ginny gemene dingen uithaalden met de naïeve Netty. We besloten weg te gaan en trokken in een caravan op het terrein bij de ouders van Netty. De ouders waren kermisexploitanten in ruste.

20 tot 30 jaar

Al gauw was ik een voorbeeldige schoonzoon. Ik hielp mijn schoonvader met tuinieren en had naast mijn technische kennis van motoren en lassen ook verstand van planten en bloemen. Direct na mijn diensttijd liet Netty het spiraaltje verwijderen en raakte zwanger van Caine-Braham die op tweede kerstdag in 1974 werd geboren. We hadden regelmatig ruzie omdat we elkaar niet wilden en konden begrijpen. We waren beiden heetgebakerd.

In mei 1974 verhuisden we van de caravan naar een flatwoning. We hadden meer leefruimte en minder ruzies. Ik zat in de WW. De relatie met mijn ouders lag op een dieptepunt. We gingen er niet heen en ze kwamen ook niet naar ons. Ik veroorzaakte een behoorlijk auto-ongeluk door geen voorrang te verlenen. Mijn ruiten waren beslagen aan de binnenzijde en ik zag de auto van rechts rijdend op een voorrangsweg niet aankomen. Ik was licht gewond door glassplinters aan mijn rechterslaap. Beide auto’s waren total loss, Netty in verwachting, ik reed onverzekerd en was werkloos… Hoe ga ik dit op de rit krijgen? Ik moest voorkomen bij de kantonrechter kreeg een bekeuring voor het onverzekerd rijden en geen voorrang verlenen. Met de eigenaar van de auto regelde ik een afbetaling.

Op een onnatuurlijke wijze zagen we mijn ouders terug na de geboorte van Caine-Braham in het ziekenhuis. Uiteraard waren ze blij verrast dat het een stamhouder was. De naam van Maaren was gered. Op oudejaarsavond is Caine gedoopt en hebben we daarna oud op nieuw bij mijn ouders gevierd.

In 1975 ging ik werken bij een constructiebedrijf en daarna al vrij snel bij een Amerikaans bedrijf in schuur en slijpmiddelen. De leider in me zorgde ervoor dat ik me overal tegenaan bemoeide. Ik begon een personeelsvereniging en werd voorzitter, nam deel in de oudervereniging van de school waar mijn zoon op zat. Begon aan een studie Arbeidskunde en avond HTS Bedrijfskunde. Ik had graag wat om handen om me te ontwikkelen en dan liefst ook meerdere zaken tegelijkertijd. Ik kon veel aan. In 1977 werd mijn tweede zoon (Eelco) geboren op 27 december alweer een kerstkindje.

30 tot 40 jaar

Tijdens mijn avond HTS switchte ik van bedrijf naar bedrijf als arbeidsanalist/arbeidskundige/leidinggevende. Ik maakte carriëre. 10 jaar bij DICO in Uden waar de jongens opgroeiden. Ik had een goede en betrouwbare werkgever, kon me voldoende ontplooien als mens. Zat veel in het zwembad vanwege het wedstrijdzwemmen en waterpolo van de boys. Later ook langs de voetbalvelden omdat Eelco geen onverdienstelijk voetballertje was. Het was een leuke en gelukkige tijd. We hadden ook wel de nodige strijd onderling maar dat hoort in ieder huwelijk. Na een vakantie in Griekenland waar we met zijn tweeën heerlijk hebben genoten bleek Netty zwanger te zijn. Hiervan schrokken we allebei zodanig dat we na heel goede en indringende gesprekken onderling en met goede vrienden hebben besloten tot een abortus.

40 tot 50 jaar

Voor mijn ontwikkeling was het noodzakelijk om een andere werkomgeving te gaan vinden dat was een innerlijk signaal. Zo kwam ik met nog meer verantwoordelijkheid in grotere organisaties met nationale en internationale verantwoordelijkheden. Ook mijn persoonlijke ontwikkeling ging verder. De belangrijkste gebeurtenis in deze periode was de echtscheiding in 1995. Ik wilde rust in mijn denken en in mijn lijf en dat wilde ik bereiken door tai chi of yoga. Het is uiteindelijk yoga geworden en inmiddels na een 4 jarige yoga opleiding ook yoga docent. De jongens zie en spreek ik helaas niet meer sinds de scheiding. dit is nog steeds een levensles voor mij. Hoe verhoud ik me tot dit, wat doe ik uiteindelijk met mijn bangheid, boosheid, bedroefdheid en blijheid nu het erop aankomt? Raak ik het contact kwijt met mijn eigen innerlijk kind of niet door alle schuld en schaamte op me te laden? Blijf ik oprecht geïnteresseerd in mijn zonen en kan ik ze alle LIEFDE = AANDACHT en RESPECT blijven schenken?

50 tot 60 jaar

Ben blijven werken en mezelf verder ontwikkelen. Mijn moeder overleed vlak voordat ik vijftig werd. Postacademische Leergang Menskunde gevolgd. Teruggegaan naar de plek waar mijn wiegje heeft gestaan (Manokwari). Allemaal ontwikkelingen die mij heel veel innerlijke strijd heeft opgeleverd. Wat wil ik met mijn ervaringen en kennis? Wil ik mensen echt ontmoeten? Kan ik voldoende empathie opbrengen in die ontmoetingen om zelf niet zoveel te willen? Kunnen en moeten mensen veranderen? Wie ben ik om dat te willen? Ga ik niet te snel in de helpersrol? In 2005 uiteindelijk besloten een eigen onderneming te beginnen met al mijn beperkingen en talenten. Heb er veel zin in om mensen te laten schitteren en vonken!!! Ieder vanuit zijn eigenheid…

Bij voortduring bezig blijven met Innerlijk Beeldhouwen. Ik hoop nog lang in deze modus te mogen blijven om mijn omgeving te inspireren, onderzoekend te blijven in plaats van verklarend, niet te vlug helpen en invullen, open laten en ieder zijn eigen gelegenheid geven terwijl mijn aanwezigheid dienend en ondersteunend is zoals dit gewenst is. En daarnaast blijf ik mens met al mijn beperkingen, opvliegers en andere schaduwkanten, heb ERBARMEN!

RUWHEID oftewel ROUGHNESS

Vorige week ontving ik een schrijven van Dienst Justis (uitvoeringsdienst toetsing, integriteit en screening) een hel mond vol. Mijn oudste zoon Caine-Braham heeft aan de Dienst te kennen gegeven een geslachtsnaamwijziging te willen vanwege een ernstige mate van schade van lichamelijke en geestelijke gezondheid. Poeh, dat komt binnen! Hoe ruw gaan we met elkaar om dat dit gebeurt vraag ik me oprecht af. Dit brengt me ook weer tot de amuse en het boek. Welke ruwheid, echte zaken van het leven komen hierin terug? Vandaag (16 april 2007) is een landelijk telefoonnummer gelanceerd om alle huiselijk geweld te melden. Of willen we het alleen maar hebben over de mooie kanten van onze samenleving?

Ridders-Raiders-Redders

De krantekoppen van de laatste week luiden 'Aandeelhouders als roofridders van de 21ste eeuw', 'Kom in verzet tegen de roofridders', Roofridder, vuilnisman in krijtstreep'. Blijkbaar spreekt het bijzonder soort ondernemerschap uit de Middeleeuwen nog steeds tot de verbeelding. Het gaat in deze artikelen over hedgefondsen die erop uit zijn om weerloze ondernemingen aan hun lans te rijgen. De Tweede Kamer is een beeld aan het vormen of we hiermee blij moeten zijn. De financiële kampioenen van vandaag strijden net als de ridders in naam van iemand anders, grote beleggers. J. Huizinga (historicus) zegt in zijn boek 'Herfsttij der Middeleeuwen' dat er oorspronkelijk een ethisch ideaal aan de ridderidee ten grondslag lag. Door aan het levensideaal een edele plaats te geven door het in verband te brengen met vroomheid en deugd. Het was de bedoeling de wereld te verbeteren en er zelf ook beter van te worden. Dit is de praktijk niet gerealiseerd omdat in het ideaal een kiem lag van innerlijke rot. Het gaat ervan uit dat de ridder of ridderstand beter weet wat goed is voor iedereen. Ook het ridderschap kent zijn verlokkingen. De ridders zijn ook maar alleen op pad en verliezen de hoge idealen uit het oog. Soms knaagt de honger of je staat aan de andere kant van de armoedschaal en je vraagt je af waar jouw kuise armoede toe dient als er zoveel luxe te vergaren valt. Zeker voor iemand die goed kan vechten en niet bang is voor gevaar. Dan wordt de ridder een roofridder als lagere begeerten van bezit en belangrijk-zijn het winnen van het ideaal. Koning Arthur hield de gewapende vechtjassen in het gareel door de Ronde Tafel, waar niet alleen de sterken werden toegelaten maar tevens ook goed waren. Hij richtte de energie van de Tafel op he bereiken van het hoge doel, het vinden van de Graal. Die zou zich alleen openbaren aan degene die moed en rechtvaardigheid koppelden aan zelfbeheersing en wijsheid. Ridders hebben een kader nodig om hun energie op te richten. Hoogmoed moet beteugeld worden. Richting en kader moet komen van iets of iemand die geen ridder is. Kan de Tweede Kamer met gezag spreken om de energie te richten? Welke parallellen zie je met ons ALOHA-project? Wij zijn de ridders van ALOHA. Wie of wat bewaakt dat wij geen plaag worden voor het land, ook al nemen we niets over? Ik hoop oprecht dat we ootmoedige ridders blijven.